Geplaatst door: 
Verhaal

Openbare orde & veiligheid in Overijssel

Auteur: 
Martin van der Linde

De handhaving van de openbare orde was en is één van de kerntaken van het lokale bestuur. Gemeenten hebben er de afgelopen honderd jaar allerlei taken bij gekregen, maar de veiligheid van haar burgers is nog steeds een van de belangrijkste bezigheden. De schaal waarop dat gebeurd is tegenwoordig echter heel anders dan vroeger.

Veldwachters

De oorsprong van de huidige politiemacht licht al in 1810, toen Nederland werd ingelijfd bij het Franse Keizerrijk van Napoleon. De politie werd toen naar Frans model ingericht. Dat betekende voor een plattelandsprovincie als Overijssel de komst van de police rurale, met boswachters (forestiers) en veldwachters (garde-champêtres). De veldwachters hadden de taak om eigendommen en de opbrengsten van de oogst te beschermen. Bij hun aanstelling werd gekeken naar de lichamelijke gesteldheid en de lengte van de kandidaat. Niet zonder reden, want ze hadden de bevoegdheid het recht in eigen handen te nemen en wetsovertreders zo nodig ‘een flinke afrossing te geven’. De organisatie van de politie is na het vertrek van de Fransen in 1813 grotendeels hetzelfde gebleven. Grote steden kregen een gemeentepolitie, de veldwachters bleven op het platteland. Vanaf 1825 werden de veldwachters door de Commissaris van de Koning aangesteld, op voordracht van de burgemeesters. De veldwachters ontvingen van de burgemeester de teksten van de wetten die ze moesten kennen, om zo ook vakinhoudelijk op de hoogte te blijven. De veldwachters werden ook geselecteerd op politieke achtergrond. Had je communistische of andere afwijkende opvattingen of neigingen dan kon je een baan als veldwachter wel vergeten.

De burgemeester moest op zijn veldwachters aankunnen, zoals in Losser in 1894. In dat jaar trokken op zondagochtend 24 mei ruim veertig socialisten uit Enschede naar Losser, waar ze na de kerkdienst propaganda voor hun beginselen wilden maken. De lokale bevolking stelde de aanwezigheid van de ‘rooien’ niet echt op prijs. Toen de socialisten een bevel van burgemeester Warnaars om de openbare weg te ontruimen negeerden, brak er een kleine veldslag uit. De burgervader en zijn twee veldwachters werden in de strijd bijgestaan door met stokken en grepen uitgeruste Lossernaren. De in het nauw gedreven socialisten vuurden met een revolver enkele schoten af, waar één van de veldwachters door in zijn schouder werd geraakt. Er vielen gelukkig geen doden. Uiteindelijk werden de ongenode gasten het dorp uitgeknuppeld. De politie arresteerde een aantal socialisten en de schutter, een fabrieksarbeider, moest drie jaar de cel in.

Nachtwaker

In de tweede helft van de 19de eeuw had het lokale bestuur nog de naam een echte politiegemeente te zijn. Een groot deel van het gemeentepersoneel bestond toen uit politieagenten en nachtwakers. Een nachtwaker of klepperman had de taak om in de maanden oktober t/m maart ’s nachts van 23.00 tot 04.00 uur en in de overige maanden van 23.00 tot 03.00 uur elk uur met zijn klepper de tijd aan te geven bij de notabelen van het dorp. Hij moest ook nauwkeurig letten op diefstal, brand en op vreemde of ‘vagebonderende personen’.

Het beroep van nachtwaker was niet zonder gevaar. Als er ongeregeldheden waren moest hij optreden. Nachtwaker Herman van Ommen in Goor ontdekte in 1924 een drietal inbrekers bij zuivelfabriek ’t Weddehoen. Van Ommen verzette zich, maar één van de inbrekers schoot hem een schot hagel in z’n hoofd, waarna een ander hem de schedel insloeg. Met z’n drieën deden ze vervolgens een zak over het hoofd en begroeven hem in een stuk bouwland verderop. Het lijk werd pas weken later gevonden. De kranten uit die tijd stonden er vol van. Het beroep van nachtwaker is in veel gemeenten overigens in de jaren twintig en dertig afgeschaft.

Omvang

De omvang van het politieapparaat was afhankelijk van de grootte van de gemeente. Zwolle telde in 1924 70 medewerkers van de gemeentepolitie op een totaal personeelsbestand van ca. 250. Er werd nauwgezet bijgehouden wat de politie allemaal deed. Zo werden er in 1924 in Zwolle 85 mannen in bewaring gesteld wegens openbare dronkenschap. Drie van hen werden door de kantonrechter zelfs tot 1 jaar rijkswerkinrichting veroordeeld. De meeste overtredingen werden door de Zwollenaren echter begaan op de Motor- en Rijwielverordening, bijna 600 in totaal. Slecht 1 keer werd de bouwverordening overtreden en jawel, het rookverbod voor kinderen 6 keer.

De situatie van de politie in een plattelandsgemeente als Dalfsen was heel anders. Daar was in 1928 maar één veldwachter en een hulpveldwachter voor de gehele gemeente. De Commissaris van de Koningin wilde weleens weten hoe het stond met de bewapening en de uitrusting van de Overijsselse veldwachters. Een onderwerp waar de VNG Overijssel zich in deze jaren ook mee bezighield. Burgemeester IJnzonides liet weten dat zijn veldwachter beschikt over één revolver, één klewang, één gummistok en één boeiketting en dat vond hij voldoende. Groter geschut was kennelijk niet nodig in het rustige Dalfsen. De veldwachter verdiende ongeveer 550 gulden per jaar, kreeg 25 gulden voor het gebruik van een rijwiel en ontving vrije uniformkleding.

Uniform

Aan dat uniform werden wel wat eisen gesteld. Halverwege de jaren dertig vaardigde de Commissaris van de Koningin een nieuw ontwerp uit voor de uniformen van de veldwachters. De veldwachters ontleenden een deel van hun gezag aan het uniform dat ze droegen. Overheidsgezag is symboliek wordt weleens gezegd. De schetsen gingen gepaard met uitgebreide instructies over de kleur stof, de taille, zilveren biezen en onderscheidingstekens voor respectievelijk 10, 20 of 30 jaar trouwe dienst. Ook zat er verschil in het zondagse uniform (een lange blauw jas) en het doordeweekse tenue (bruin uniform). Het ontwerp van de nieuwe veldwachtersuniformen werd ook voorgelegd aan het bestuur van de VNG Overijssel, die het positief beoordeelde. Het bestuur probeerde de gemeenten te helpen door gezamenlijk een bestelling te plaatsen bij de firma Cohen-Barnstijn uit Enschede. Als zoveel mogelijk gemeenten hiervan gebruik maakten, kwam er zoveel mogelijk eenheid in de veldwachtersuniformen.

Kennelijk zat daar nog weleens verschil in en dat kon voor verwarrende situaties zorgen. Ook als de oude uniformen niet werden ingezameld. Zo liep Marten Hollander, rijksveldwachter brigadier titulair te Dalfsen, in 1938 over de Markt in Dalfsen toen hij een hem ‘onbekend manspersoon’ zag die gekleed was in een ban bruin Wiphkoord vervaardigd pak, bestaande uit een colbert jas en een rijbroek van dezelfde stof. Het pak kwam geheel overeen met de uniformen zoals die in Overijssel door de veldwachters gedragen werden. Hollander sprak de jongeman direct aan die verklaarde uit Zwolle te komen en het uniform daar voor 1 gulden en 25 cent gekocht te hebben van oud-veldwachter Bokhoven van Zwollerkerspel. Er was hem gezegd dat als hij de knopen er afhaalde hij het pak ongestraft mocht dragen. Dat leek Hollander ‘ongewenscht, daar dergelijke menschen zich bij avond gemakkelijk voor gemeenteveldwachter uit kunnen geven!’ En wat kon er dan allemaal wel niet gebeuren..

Wat overigens ook niet aan de uitrusting van de veldwachter leek te mogen ontbreken was de snor. Bijna elke veldwachter leek wel te beschikken over een grote snor. Die snor straalt ook gezag uit en het is ook een element waaraan veldwachters nu nog vaak herinnerd worden. 

Gemeente- en rijkspolitie

Na de Tweede Wereldoorlog werd de politie anders georganiseerd. In 1945 kwam er een scheiding tussen de gemeentepolitie en de rijkspolitie. De gemeentepolitie werd opgericht in de door de Politiewet aangewezen gemeenten met meer dan 25.000 inwoners. Dinsdag stukken zien waar gemeentepolitie in Overijssel in staat In gemeenten waar geen gemeentepolitie was, kwam de rijkspolitie. De rijksveldwacht en de gemeenteveldwacht worden opgeheven. De taken en bevoegdheden van de nieuwe politieorganisatie werden vastgelegd in de Politiewet van 1957. De werkzaamheden liepen nogal uiteen. In een plattelandsgemeente als Weerselo was er veel aandacht voor toezicht bij de jacht. De politie in Weerselo moest daarnaast weleens optreden bij burenruzies, grote boerenbruiloften en andere festiviteiten waarbij jongelui dreigden de orde te verstoren. Ook het toenemende wegverkeer eiste aandacht van de politie, zoals hier in Zwolle.

Van een andere orde waren de verstoringen het oproer bij de ruilverkaveling van Tubbergen in 1971. Bekend verhaal. De boeren waren tegen de ruilverkaveling, de stemming verliep naar hun idee niet eerlijk en het kwam tot grote ongeregeldheden. Hier was grote politie inzet vereist. De vraag is of het optreden niet juist als een rode lap op een stier heeft gewerkt. 

Demonstraties

In grotere steden kreeg het gemeentebestuur en de politie meer te maken met uitdaging van het gezag, door opkomst van de jongerencultuur (nozems, hippies) en allerlei krakers, demonstraties en betogingen zoals de vredesmarsen in Steenwijk in de jaren 70 en 80, waar zo'n 10.000 mensen op af kwamen. In Almelo was er in 1978 een grote demonstratie tegen kernenergie. Ruim 40.000 mensen gaven blijk van hun onvrede met de geplande uitbreiding van de in Almelo gevestigde uraniumverrijkingsfabriek Urenco. Ook werd geprotesteerd tegen de levering van verrijkt Uranium aan Brazilië. Het gemeentebestuur vreest dat een grote groep West-Duitse demonstranten uit is op een harde confrontatie met de politie, maar zoals u op de beelden kunt zien verliep de tocht in alle rust. Het protest hielp overigens niet. Het kabinet besloot enkele weken later toch tot uitbreiding van de fabriek. Maar omstreden leverantie aan Brazilië ging niet door.

Schaalvergroting

Door allerlei ontwikkelingen als schaalvergroting, technologische vernieuwing en internationalisering werden er nieuwe eisen gesteld aan het politieapparaat. Tot halverwege de jaren tachtig verdriedubbelde het aantal misdrijven en tegelijkertijd daalde het ophelderingspercentage. Toenemende politieaandacht was vereist voor stijgende criminaliteit, drugsbestrijding en de georganiseerde misdaad. Het gevoel van onveiligheid nam over het algemeen toe. Al deze ontwikkelingen ontgroeiden het lokale niveau en de noodzaak van schaalvergroting bij de politie nam toe.

Het gehele politieapparaat werd eind jaren tachtig/begin jaren negentig ingrijpend gereorganiseerd. De 148 verschillende korpsen van de Gemeentepolitie en het landelijke korps Rijkspolitie gingen verder in één organisatie. De gehele politieorganisatie zou op die manier doelmatiger en efficiënter moeten worden. Zo kwamen er 25 regionale politiekorpsen, één landelijk opererend korps en de Rijksrecherche. Overijssel was verdeeld in de regio's IJsselland en Twente. Inmiddels is deze reorganisatie ook al teniet gedaan en hebben we tegenwoordig één nationale politie met 10 regionale eenheden waarbij Overijssel samen met Gelderland de regio Oost-Nederland vormt. Met alle problemen van dien die bij deze reorganisatie is komen kijken.

De bevoegdheden voor de handhaving van de openbare orde liggen nog steeds bij de burgemeester, net als 100 jaar geleden. Maar de wereld is er intussen een stuk anders uit komen te zien, en de politie ook. Was in 1928 in Dalfsen één revolver, één klewang, één gummistok en één boeiketting, voor één veldwachter nog voldoende om de openbare orde te handhaven, tegenwoordig zou je daarmee nergens meer mee toe komen. Hield de politie en de veldwachter zich honderd jaar geleden nog vooral bezig met openbare dronkenschap, verkeersovertredingen, de handhaving van de leerplicht, een rookverbod voor kinderen en af en toe een strafrechtelijke zaak, tegenwoordig is politie-inzet vereist in allerlei wijken en buurten, de bestrijding van drugs, criminaliteit en moet er bij allerlei lokale en regionale evenementen zelfs rekening gehouden worden met terrorisme. De veiligheid van haar burgers vraagt veel van het openbaar bestuur en de druk vanuit de samenleving om die veiligheid te waarborgen is enorm gegroeid. Alleen ‘zo nodig een flinke afrossing geven’, zoals vroeger werd gezegd, om de criminaliteit te bestrijden is niet meer voldoende.

Reacties

afbeelding van edwin de vries
hallo ik ben op zoek naar info van veldwachter hendrik visscher , benoemd door burgemeester van heino ik kom wel wat krantenberichten tegen zoek graag foto,s en verbalen en aanstelling en ontslag datum vrg edwin